Een klein avontuur op zee

12 nov 2012

Inger Wilms (27) is sinds maart 2010 werkzaam op de afdeling Visserijzaken van het Productschap Vis. Ze studeerde biologie aan de Universiteit van Leiden en deed daar onder andere onderzoek naar hoe vissen omgaan met weinig zuurstof in het water. Sinds juni 2011 is zij beleidsmedewerker Duurzame Visserij en betrokken bij een aantal van de MSC trajecten van de Nederlandse vloot. Het MSC certificaat voor twinrig, outrig en flyshoot komt er nu bijna aan, reden genoeg om een kijkje te nemen aan boord van een flyshooter, de SCH65. Hier een verslag van haar belevenissen.

 
 

Zondagavond 21 oktober vertrek ik samen met Bert Keus richting Boulogne-sur-Mer. De auto vol geladen met laarzen, meetplanken, unsters, kaaskoekjes en warme kleding rijden we richting het grote onbekende. Onbekend voor mij althans, omdat het voor mij de eerste keer is dat ik een week op een kotter mee ga. Hoogste tijd dus om mijn zeebenen te testen. Na even te hebben gezocht in de haven, vinden we uiteindelijk een groep schepen met vertrouwde scheepsnummers. Niet lang daarna arriveert ook de bemanning en worden we welkom geheten door Simon Ras, schipper van de SCH65, ons thuis voor de komende paar dagen. 

Licht heen en weer rollend kom ik niet makkelijk in slaap zondagnacht. Dat maakt niet uit, want niet veel later wordt bij zonopkomst op maandagochtend de eerste trek van de dag uitgezet. Met een flinke bak koffie op en brood voor ontbijt, staan we vervolgens boven een bak met prachtige levendige vis, een monster van de eerste vangst van de SCH65. Bert Keus is deze week mee om meer informatie te verzamelen over de vangstsamenstelling van een flyshooter met 80mm maaswijdte. Ik help hem met het nemen en uitzoeken van de monsters en het noteren van de resultaten. Deze bestaan op het eerste gezicht voornamelijk uit een hoop inktvlekken en smurrie op het papier, maar als je daar goed doorheen kijkt zie je streepjes staan bij voornamelijk de grote maten van bijvoorbeeld poon, mul en inktvis. Want dat valt me meteen op; de vis leeft, is groot en wordt vrijwel allemaal aangeland. Ik krijg meteen al een erg positief beeld bij de vangsten van de SCH65.

Het helpen bij het bemonsteren leert mij een hoop. Ik breid mijn soortenkennis flink uit, maar ik ontdek ook de praktische moeilijkheden met het nemen van vangstmonsters aan boord. De vis is glibberig (en springerig) en blijft niet per se liggen op een meetplank, unsters werken niet altijd even goed op een schommelend schip en kunnen (zo blijkt donderdag) ook niet tegen water. Tenminste, degene die ik had meegenomen dan. Voor mij is het handig deze zaken zelf mee te maken, omdat ik er bijvoorbeeld in mijn werk met de pulskormonitoring veel mee te maken krijg. Daar nemen een twintigtal vissers elke week monsters van hun eigen vangst en zoeken deze helemaal uit. Ik begeleid dit project vanuit Pvis en ik kan op basis van mijn ervaringen deze week hopelijk een betere inschatting maken van de praktische kanten van het werk.

Ik leer deze week ook een hoop over het leven op zee. Ik weet dat dit de ‘rustige’ tijd is voor de flyshooters omdat ze enkel met daglicht kunnen vissen en dit nu eenmaal korter is in de winter dan in de zomer. En ik weet ook dat het er op een flyshootschip weer anders aan toe gaat dan bij bijvoorbeeld een boomkorschip. Dus er valt nog een hoop te ontdekken. Maar, ik krijg deze week toch een behoorlijk beeld van het reilen en zeilen aan boord. De bemanning werk hard en staat altijd meteen klaar zodra het signaal gaat om het net binnen te halen. Tussen het halen en het zetten door wordt de vis verwerkt en in het ruim geplaatst, en wordt de tijd besteedt aan schoonmaken, koken, of gewoon even koffiedrinken. Er is eigenlijk altijd wat te doen aan boord. Tussendoor vind ik het erg leuk om even wat te kletsen met de bemanning en om te horen wat zij nu vinden van bepaalde zaken in de visserij. Gelukkig vinden Bert en ik best aansluiting bij Arjan, Gerrit-Maarten, Albert en Jan en staan ze erg open voor het onderzoek wat Bert en ik doen aan boord (ondanks dat we best wel eens in de weg lopen). En meerdere malen krijgen we van hen een helpende hand aangeboden.

Ik zie deze week ook voor het eerst met eigen ogen hoe de flyshootmethode precies werkt. Waar het uitzetten van het net eerst op mij overkomt als een wirwar van touw en netwerk, weet ook ik aan het einde van de week precies wat de bemanning op welk moment aan het doen is. Ik vind het mooi om te zien hoe schoon de visserij met flyshoot 80mm kan zijn; levendige vis waarvan praktisch niets over boord wordt gezet. Waar ik wel een beetje aan moet wennen, is de continue dreiging van inkt. Op maandagochtend is het schip brandschoon, maar zodra de eerste zeekatten en inktvis over de band komen, verandert onze omgeving van wit naar overwegend zwart. Ik krijg mijn eerste lading inkt gelukkig pas op dag 3, maar die landt dan ook mooi in mijn gezicht. 

Kortom, een hoop gezien en geleerd op de SCH65. En ik kwam er zelfs een beetje tot rust, misschien is dat wat de frisse zeelucht met je doet. Ik hoop dat ik naar de bemanning toe ook wat heb rechtgezet over ‘kantoormensen’. Ik merkte dat daar toch ook wat scheve ideeën over bestaan met betrekking tot werktijden en overuren. De beroemde 9 tot 5 mentaliteit heeft dus zelfs midden op zee een reputatie. Gelukkig hebben Bert en ik bijna alle trekken bemonsterd en waren we slechts uitgeschakeld toen het donderdagmiddag echt wat ruig was op zee. Eenmaal weer aan de kant in Boulogne op donderdagavond stond ik nog wat onstabiel op mijn benen en werd ik vervolgens rond een uur of 04:00 thuis afgezet door Bert. Moe maar voldaan na een week vol nieuwe indrukken die naar mijn mening heeft bijgedragen aan wederzijds begrip. Eenmaal maandag weer achter mijn bureau moet ik even wennen: ik vond het aan boord toch ook wel heel erg leuk!