Speech van de voorzitter van het Productschap Vis, de heer dr. D.C. Faber uitgesproken tijdens de Dag van de Nederlandse Zeevisserij op zaterdag 28 augustus 2010 in Harlingen
Alleen de uitgesproken tekst geldt
Welkom,
Als voorzitter is het mij een genoegen om u, namens het Productschap Vis hartelijk te mogen verwelkomen op deze Dag van de Nederlandse Zeevisserij.
Dames en heren, ik maak graag van deze gelegenheid gebruik om een paar onderwerpen met u te delen, die wat mij betreft, van groot belang zullen zijn voor onze sector de komende jaren, en daarmee inzet zullen zijn van mijn beleid.
Structuur inleiding
- algemene ontwikkeling productschappen in politiek
- hoofdthema’s sector komende jaren
- actuele activiteiten Productschap Vis
Algemene ontwikkelingen productschappen
Politiek
Sinds de 90’er jaren is er, na decennia ‘zonder al te veel discussie’, nogal wat te doen geweest over de Publieke Bedrijfsrechtelijke Organisaties in het algemeen, en over het functioneren van productschappen in het bijzonder. In de politiek is wat later de discussie gestart over het feit of productschappen nog wel toekomst perspectief zouden hebben.
Deze existentiële kwestie heeft de afgelopen jaren, binnen de productschappen, geleid tot een herbezinning op de taken, en op de doelmatige en efficiënte uitvoering van die taken.
Er zijn om die reden nogal wat gesprekken gevoerd binnen de productschappen – in het bestuur en met de dragende organisaties - maar ook tussen productschappen.
Dit debat heeft geleid tot veranderingen in de werkwijze van de schappen. Het zou te ver voeren om daar in detail op in te gaan; belangrijk is te weten dat accountability en transparantie twee belangrijke sleutelbegrippen zijn geworden in het beleid van de productschappen.
Bovendien wordt veel aandacht geschonken aan het naleven van de afspraken, zoals afgesproken in de Code Goed Bestuur. In deze Code zijn afspraken gemaakt over het functioneren en over het toezicht op het gedrag van de PBO’s. Ook is helderheid verschaft over wat productschappen wel en vooral niet zouden moeten doen.
Het toezicht op het functioneren van de schappen wordt uitgevoerd door o.a de SER. Hoewel een en ander de nodige voeten in de aarde heeft gehad - de mix van privaat en publiek maakte het soms lastig - is de verandering operatie op zich naar wens verlopen.
Naast het aantonen van de toegevoegde waarde die de schappen hebben voor ondernemers is één van de belangrijkste punten wat dat betreft de vraag of de productschappen niet veel meer zouden moeten samenwerken.
Mijn antwoord daarop is een volmondig ja. Hoe die samenwerking gestalte moet krijgen is een punt van gesprek, maar dat synergie valt te halen uit samenwerking op het terrein van huisvesting, back office, heffingsproblematiek, juridische vraagstukken en human resources, staat voor mij buiten kijf!
Ook vandaag nog speelt deze discussie in de politiek. Politieke partijen denken wisselend over ons voortbestaan. Hoe een en ander zijn beslag zal krijgen in het nieuwe kabinet, is natuurlijk afwachten;
ik ben er echter van overtuigd dat ons Productschap Vis voor de komende jaren een zinvolle en nuttige bijdrage kan leveren aan de verdere ontwikkeling en versterking van de vissector. Immers, in een sector waar de gemeenschappelijke belangen zo groot zijn, en de individuele standpunten zo divers, kan en zal het Productschap een leidende en bindende rol spelen.
Niet alles bij het Productschap Vis is echter rozengeur en maneschijn: onze achterban heeft op een aantal punten duidelijk laten weten moeite te hebben met de gemaakte afspraken. Hierbij gaat het onder ander om zaken als:
- het niet te nadrukkelijk meer promotie mogen maken voor ‘Nederlands of regionaal product zoals ‘Noordzee schol’ of ‘Zeeuwse mosselen’; en
- de toenemende hoeveelheid tijd, kosten en moeite voor het nakomen van administratieve verantwoording van ons doen en laten.
Plaats Productschap Vis in deze politieke discussie
De existentiële vraag van de PBO’s en nut en noodzaak van het Productschap Vis zelf is de laatste anderhalf jaar ook nadrukkelijk binnen het Productschap Vis aan de orde geweest. Met alle geledingen is hierover apart, en gezamenlijk binnen de verschillende bestuurlijke gremia gediscussieerd.
De belangrijkste uitkomst van die gesprekken is:
- Ten eerste: bijna alle dragende organisaties zien, ook in de toekomst, een rol weggelegd voor het Productschap Vis. Daar zijn we natuurlijk blij mee; maar die rol moet wel zodanig breed en zwaar zijn dat het productschap de haar toebedeelde taken naar behoren kan uitvoeren en de sector op die wijze naar tevredenheid kan bedienen!.
- Ten tweede: voor wat betreft de taakinvulling moet het Productschap Vis vraaggestuurd optreden. Dat wil zeggen, met name die activiteiten uitvoeren, die de achterban en dragende organisaties van ons vragen.
Het productschap is er voor de sector en niet andersom: Het Productschap Vis heeft dus een dienende taak. Maar die dienende rol betekent niet dat wij gaan zitten afwachten. Immers: het Productschap Vis – bestuur, commissies, etc.- bestaat uit mensen uit de sector zelf: we bepalen dus zelf als sector met elkaar wat het productschap doet.
Het secretariaat van het productschap zal proactief die onderwerpen aan de orde stellen, die naar onze mening van groot belang zijn voor de sector of voor geledingen daarvan. En mocht de sector willen afspreken om een herverdeling van taken te ondernemen, dan gaan we dat doen, na positief kritische afweging maar altijd in goed overleg.
In de gesprekken, die we het afgelopen jaar daarover hebben gevoerd, zijn met veel van onze dragende organisaties daar reeds afspraken voor langere termijn over gemaakt. Met enkele organisaties zijn we daarover nog in een afrondende discussie.
- Ten derde: alles wat PVis doet, moet sober en efficiënt uitgevoerd en ingevuld worden. Dat doen we al vele jaren en zullen dat blijven doen. We zijn intern hard bezig, om daar waar mogelijk een verdere efficiency slag te maken. Ook hebben we in het dagelijks bestuur afgesproken dat het totaal van de heffingen van PVis de komende vier jaren niet verder mag stijgen.
Als relatief nieuwe voorzitter, ben ik er van overtuigd, dat op het gebied van de belangrijkste thema’s binnen de visserij ons in de komende jaren nog grote uitdagingen te wachten staan.
Ik denk ook dat die het meest efficiënt kunnen worden aangepakt in samenwerking met alle geledingen in de sector – in de breedte en in de lengte. PVis zou daar mijns inziens een grotere rol in kunnen spelen dan nu het geval is.
Wat zijn dan die uitdagingen?
Ik ben van mening dat een drietal hoofdthema’s een voorname rol zullen gaan spelen in de sector de komende jaren:
- duurzaamheidsontwikkeling in de visserij
- ketenontwikkeling
- gemeenschappelijk visserijbeleid
Duurzaamheidsontwikkeling
Net zoals in andere sectoren vragen consument en maatschappij steeds vaker om producten, die duurzaam geproduceerd zijn. Dat is logisch en terecht. Dat gebeurt overal in de samenleving. En de noodzaak om maatschappelijk verantwoord te ondernemen wordt ook in onze sector goed beseft. Tegelijkertijd heeft de sector het recht om zich daar op zijn manier op in te stellen c.q. op te anticiperen.
In andere sectoren is deze omslag van een aanbodgestuurde keten naar een vraaggestuurde keten al zeker 10 -15 jaar geleden in gang gezet. Die sectoren hebben dus de tijd gehad om aanpassingen door te voeren.
Die tijd moeten we de visserij sector ook geven, maar tegelijkertijd moeten we ook verantwoordelijkheid durven te nemen om aan te geven wanneer dat proces dient te zijn af gerond.
De visserij sector heeft reeds een reeks van veranderingen te verwerken gekregen in een zeer beperkt tijdbestek.
Thema’s die daarbij van belang waren, zijn:
- vermindering brandstofverbruik,
- vermindering bodemberoering,
- ontwikkeling van certificering,
- aandacht voor dierenwelzijn,
- vermindering van bijvangsten.
Op al die dossiers is goede voortgang gemaakt!
Vanuit de sector is enkele jaren geleden reeds een aantal convenanten overeengekomen om tussen overheid (LNV), bedrijfsleven (PO’s en PVis) en maatschappelijke organisaties (SdN en WNF) nadere afspraken te maken. Dat is vaak een lang en moeilijk proces, vooral omdat partijen het niet eens kunnen lijken te kunnen worden over de inhoud of over het tempo. Wat mij betreft is de tijd aangebroken om duidelijkheid te verschaffen aan onze vissers wat politiek en maatschappij van hun verwacht. Er is behoeft aan een duidelijk doel op een afgesproken tijdstip. Maar wij kunnen niet van onze vissermannen verwachten dat ze blijven voetballen op een terrein waar telkens de goal wordt verzet!
Ik nodig de convenant partijen uit om op korte termijn de bestaande convenanten daarop aan te passen
Het is daarom van vitaal belang dat de sector in gesprek dient te blijven met maatschappelijke organisaties en de politiek, wat betreft vraagstukken zoals ‘duurzaamheid’ en ‘certificering’.
Want mannen, we kunnen allemaal wel onze eigen koers blijven varen, maar dan voorzie ik een scenario als dat van de ‘Titanic’ .
PVis wil in dat proces een rol spelen, waarbij voor de lange termijn afspraken gemaakt moeten worden om ‘economisch’ en ‘verantwoord’ vissen op de Noordzee tot de mogelijkheden te laten blijven. Met respect voor natuur, maar ook met een level playing field voor onze Nederlandse sector ten opzichte van onze buitenlandse concurrenten.
Maar er is meer dan de aanvoersector alleen. Ook de rest van de keten – afzet, verwerking, import, handel - speelt in de duurzaamheids discussie een belangrijke rol. Ik zou me kunnen voorstellen dat de vissector in nauw overleg met politiek en maatschappelijke organisaties, een convenant afsluit, waarin we afspreken dat de gehele sector duurzaam is georganiseerd, sectorbreed en ketenlang voor 2020.
Markt- en ketenontwikkeling
De marktsituatie voor de vissector is de laatste jaren lastig geweest. Ten eerste heeft de wereld wijde economische crisis (recessie) de algemene financieel-economische situatie niet geholpen. Immers een economische crisis betekent vaak dat consumenten minder gaan besteden. Dit heeft onmiddellijk negatieve consequenties voor de sector.
Nu zijn de effecten daarvan niet evenredig verdeeld over de diverse soorten vis. Met name schol heeft de afgelopen tijd te lijden onder een negatieve prijsspiraal, mede doordat het aanbod groter is dan de vraag, maar ook omdat er sprake is van een sterke concurrentie. Hetzelfde geldt voor de garnalen- en mosselsector.
Wat betreft de garnalen- en mosselsector is er veel gesproken over een betere vermarkting van het product. Zowel private initiatieven als de inzet van publieke middelen worden hiervoor aangewend. Hoewel alle goede ideeën welkom zijn, denk ik dat PVis en haar Nederlands Visbureau hierin vanwege haar kennis en ervaring een praktische rol kan spelen.
Even een zijstap naar het Nederlands Visbureau.
Het Nederlands Visbureau heeft, in nauw overleg met ons productschap, een nieuwe aanpak ontwikkeld om de vissector beter te positioneren in de markt. Met het opstellen van een nieuwe strategie voor de periode 2011-2013 is daarvoor denk ik een goede basis gelegd.
Het Productschap meent dat de sector baat heeft bij een zelfstandig opererend Visbureau, maar wel onder de vleugels van het productschap. Het Visbureau dient daarbij mogelijkheden te onderzoeken om meer promotie te maken voor onze mooie en verantwoord visproduct.
Naast de promotie van vis is vooral ook meer aandacht weggelegd voor de verhalen over het ondernemerschap en het mooie product van goede smaak en kwaliteit, met oog en zorg voor de ecologie.
Met die boodschap en werkwijze, met meer PR voor de sector, willen we de komende tijd de consument bereiken.
Als PVis en Visbureau willen we daarnaast ook middelen vrij maken om de vele private initiatieven zoveel mogelijk te bundelen en te coördineren, om op die wijze de doelmatigheid te bevorderen en duplicatie te voorkomen.
Europees Gemeenschappelijk Visserijbeleid
In 2013 is besluitvorming gepland over het gemeenschappelijk visserijbeleid. De Europese Commissie heeft vorig jaar een groenboek over de huidige situatie uitgebracht.
Als het gaat om de beoordeling van de situatie met de visbestanden, is de commissie op sommige punten naar onze mening te pessimistisch.
Het productschap heeft onlangs bij de Minister van LNV gepleit voor het nadrukkelijker meenemen van de positieve ontwikkelingen wat visstand betreft van sommige soorten in het toekomstige beleid.
Wat wij, samen met de sector, toejuichen is meer regionalisering, meer maatwerk, en meer verantwoordelijkheid voor de sector. De sector heeft voldoende lange termijnvisie om ook voor de toekomst een duurzame ontwikkeling van visbestanden na te streven en vast te stellen.
PVis is ook uitstekend gepositioneerd om het overleg tussen bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en overheid te faciliteren en te ondersteunen; en daar waar mogelijk ook bij het bewaken van bindende afspraken.
De daarvoor benodigde modaliteiten zullen nader dienen te worden onderzocht en vastgesteld! En uiteraard hangt een en ander ook af van de wensen van de Europese Commissie op dat gebied.
Om snelheid en kwaliteit van het proces te bevorderen, biedt PVis nadrukkelijk haar kennis, onafhankelijke positie en diensten aan.
Betrokkenheid van de sector bij deze ontwikkelingen is een voorwaarde voor het welslagen daarvan. Door het Ministerie van LNV word ik er als voorzitter echter op aangesproken, dat men de aandacht voor het GVB bij het bedrijfsleven te beperkt en te oppervlakkig vindt.
Die kritiek trek ik mij namens de sector aan en zal onderzoeken of dit waar is, en zo ja, wat ons te doen staat om - samen met de voormannen van de sector – dit probleem aan te pakken. Maar zoals gezegd; alleen samen met de dragende organisaties.
Binnen de herziening van het GVB vragen wij in Brussel ook aandacht voor een veelbelovende innovatie, die nu door wettelijke beperkingen onvoldoende tot wasdom komt.
De sterke innovatiedrang binnen de kottersector heeft geleid tot de ontwikkeling van de PulsWing; een combinatie van de vernieuwende Sumwing en de pulskor. Alvorens de innovatieve PulsWing kan worden toegepast door een groter deel van de Nederlandse platvisvloot is aanpassing van de Europese wet- en regelgeving nodig.
Vanwege een officieel EU-verbod op ‘elektrisch vissen’ is vooralsnog sprake van slechts jaarlijkse vrijstelling voor maximaal twintig schepen totdat het nieuwe Europese visserijbeleid zal worden ingevoerd na 2012.
Ook voor dit onderwerp is het zaak dat wij er als sector luid en duidelijk voor pleiten om in samenwerking met het ministerie van LNV de pulsvisserij voor die tijd op te laten nemen in de Europese wet- en regelgeving, zodat toelating van het vistuig dan officieel zal zijn geregeld.
Positie PVis binnen deze hoofdthema’s
Persoonlijk, komende uit de tuinbouw sector - waarbij van oudsher veel meer sprake is van een natuurlijke samenwerking binnen de sector en tussen geledingen - denk ik wel eens dat de sector te weinig gebruik maakt van de mogelijkheden, die een van nature samenbindende organisatie, zoals het productschap Vis biedt. Hetzelfde geldt ook voor het Ministerie en maatschappelijke organisaties.
Overigens, voor het ministerie zijn het afgelopen jaar succesvol een aantal projecten uitgevoerd. Daar zijn wij zeer over te spreken. Vanuit haar doelstelling heeft PVis de opdracht om te acteren op het snijvlak van economisch belang voor de vissector, en het algemeen belang (het binden van sector, overheid en maatschappij).
De daarvoor benodigde kennis, ervaring en know-how op dat vlak is in PVis voorhanden en staat ten dienste van de sector. Mijn doel is om te bevorderen dat, enerzijds de schaarse middelen van het Productschap op een optimale wijze worden ingezet en benut door onze dragende organisaties en haar leden, en anderzijds
om nog sterker te acteren als een organisatie, die werkt als katalysator voor de economische duurzaamheid van de sector. De enige randvoorwaarde is, dat die opdracht past binnen de maatschappelijke kaders.
Het Productschap Vis wil op geen enkel onderdeel een te eigenstandige rol te spelen zonder afstemming over inhoud of aanpak met de dragende organisatie. Zij zal echter wel steeds pro-actief input aandragen om de lange termijn doelen, die zij noodzakelijk acht voor de sector, te bereiken.
Actuele zaken PVis
Om zaken praktisch te maken wil ik een aantal zaken noemen, dat we in de dagelijkse praktijk de afgelopen periode hebben uitgevoerd.
- in opdracht van LNV hebben we in de eerste helft van 2010 de aalcompensatieregeling uitgevoerd. In totaal is. ca. 1,3 mln subsidie toegewezen.
- samen met LNV en de Combinatie voor Beroepsvissers hebben we voor 3,5 ton glasaal gekocht en uitgezet.
- per 1 september starten we met de uitvoering van een regeling waarbij kust- en binnenvissers met aangepaste fuiken toch op wolhandkrab kunnen vissen,
- voor de vissers in de Voordelta begeleiden we de aanvragen om compensatie te krijgen voor de beperkende maatregelen in het gebied.
- om aan de verplichting voor het E-logboek te kunnen voldoen testen we met 182 schipper-gebruikers het systeem via de VisHub. Een investering in de toekomst, waar binnenkort – naar ik hoop - alle schippers gebruik van maken.
- in samenspraak met importerende en verwerkende bedrijven hebben we de export naar Rusland open gehouden. Tevens doen we bij het RIKILT nog extra onderzoek om te aan te tonen dat ons exportproduct van onbesproken kwaliteit is.
- voor de werknemers in onze branche, voeren we , samen met andere productschappen, projecten uit: zoals een onderzoek naar arbeidsvoorwaarden in de sector. Ook is met LNV een intentieverklaring getekend om de komende jaren door te gaan met enkele arbeidsprojecten, zoals scholingsprojecten en onderzoeken hoe we breder en beter mensen kunnen werven.
- we ondersteunen de PO’s qua inhoud en kennis in de trajecten om te komen tot certificering in met name de platvissector. Eén van dé manieren om aan te tonen dat onze producten niet alleen lekker en gezond zijn, maar dat het ook om een verantwoord product gaat.
Kortom, allemaal zeer praktische voorbeelden hoe het Productschap Vis de ondernemers en de sector ondersteunt zodat zij effectiever kunnen ondernemen.
Dames en heren, ik kom tot een afronding.
Ik heb geschetst hoe het productschap staat in de politiek omgeving. Het is soms stormachtig, maar nooit saai. Als Productschap staan we stevig, omdat de onderliggende organisaties voor een stevig fundament zorgen. Maar het blijft belangrijk om te anticiperen op zware windstoten. Dat doen we, samen met u.
Ik heb een aantal belangrijke thema’s zoals GVB, duurzaamheid en marktontwikkeling geschetst. In de overtuiging dat er nog veel winst te behalen is uit een goede en op vertrouwen gebaseerde samenwerking binnen de sector, zal het productschap zich daar de komende jaren sterk voor inzetten.
Het productschap wil praktisch en efficiënt bezig zijn voor haar dragende organisaties en hun leden, de ondernemers en werknemers in de visbranche.
Dames en heren,
Martin Luther King zei ooit: waar een man uiteindelijk op wordt beoordeeld is niet waar hij staat op momenten van comfort en gemak, maar waar hij staat in tijden van uitdaging en controverse.
Het Productschap is er klaar voor!
Ik dank u!
Nieuwjaarsbijeenkomst 2012
prof.dr.ir. R.B.M. Huirne, algemeen directeur LEI, Foto: Evert-Jan Daniels
Bekijk alle foto's

