ir. B.J. Odink tijdens nieuwjaarsbijeenkomst 2010
ir. B.J. Odink tijdens nieuwjaarsbijeenkomst 2010

Speech van de voorzitter van het Productschap Vis, de heer ir. B.J. Odink, uitgesproken tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst op woensdag 13 januari 2010 in Kasteel de Wittenburg, Landgoed de Wittenburg 1 te Wassenaar

Alleen de uitgesproken tekst geldt 

 

Dames en heren,

 

Het is alweer vier jaar geleden dat het bestuur van het Productschap Vis met mij als voorzitter in zee ging. Mijn grote drijfveer om deze functie te accepteren was om in de vis schaal- en schelpdierensector te werken, waarin werkgevers- en werknemersorganisaties zich samen verantwoordelijk voelen om voor de 20.000 gezinnen in Nederland en een veelvoud daarbuiten een inkomen te verkrijgen met een product dat zo boordevol met gezonde omega’s zit, dat de gezondheidsraad aanbeveelt om het 2 maal per week te consumeren. 

 

Als de dag van gisteren kan ik mij de eerste gesprekken nog herinneren waarin u als dragende organisaties aangaf op de kritische vragen vanuit de maatschappij gezamenlijk als productschap een passend antwoord te willen geven.

 

Ik ben dan natuurlijk erg benieuwd in hoeverre deze ambities gerealiseerd zijn. Na vier jaren halen we het net en wat zit er in, weinig of is er sprake van een net te halen dat bijna scheurt van de inhoud.

 

Direct werd besloten de commissie verantwoorde vis te vormen met vertegenwoordigers van alle geledingen, een gezamenlijke missie op te stellen en specifieke doelstellingen met een stappenplan te formuleren om aan de belangrijkste maatschappelijke aandachtspunten te werken.

 

Individuele initiatieven van bedrijfsgenoten om duurzaam te innoveren werden sterk bevorderd, terwijl sectorinitiatieven werden ontwikkeld. Zo kwamen er gedragscodes voor de aquacultuur, voor de import en de handel en voor de kottersector. In het eerste maatschappelijke jaarverslag werd hieraan aandacht gegeven. Later volgden ook andere productschappen met deze opzet en vroeg de SER speciaal aandacht voor dit onderwerp. Graag verwijs ik u naar de laatste rapportage van september 2009 waarin de voortgang wordt beschreven met o.a. de invoering van het Responsible Fishing Scheme, een certificaat dat in het VK door de grote supermarkten, zoals Tesco bij inkoop gebruikt wordt. Supermarkten eisen ook van de vissector extra zekerheden. De Nederlandse vertaling, het CVV certificaat heeft een bredere basis (ook veiligheid, kwaliteit, hygiëne) dan het MSC certificaat, wat zich hoofdzakelijk op de ‘P’ van ‘Planet’ richt. Ik acht het bij voldoende deelname van de kottersector mogelijk om in overleg met de supermarkten en de NGO’s de ‘P’ van ‘Planet’ hierin meer invulling te geven, zodat we alle gewenste aspecten kunnen meenemen. Inmiddels hebben de laatste jaren alle haring- en makreelvisserij en bepaalde schol- en tongvisserij het felbegeerde MSC certificaat behaald en ontelbare Nederlandse visbedrijven een MSC Chain of Custody certificaat. Wij danken het Ministerie van LNV voor de financiële steun bij nieuwe aanvragen.

 

Zelf heb ik de duurzaamheidsdiscussie zeer inspirerend gevonden. Je ziet dat de ondernemers een visie op het leven hebben en daarmee in zichzelf investeren, of het nu om een religieuze invalshoek gaat of een ethische. Je bent bewogen bij alles wat je doet en je ziet dat hart, hoofd en handen samen komen in respect voor mens, natuur en milieu. Duurzaamheid heeft echter zeer veel invalshoeken van CO2 uitstoot tot fair trade, van energiebesparing tot broeikaseffecten, van gebruik van verpakkingen tot afvalverwerking, van waterverbruik tot zuivering, van kinderarbeid tot goed ondernemerschap, van dierenwelzijn tot arbeidsomstandigheden etc. Duidelijk is dat duurzaamheid een dynamisch begrip is dat voortdurend zal veranderen en dat bij de consument een steeds zwaarder en inhoudelijk wisselende inhoud zal krijgen. Als vissector hebben we een goede start gemaakt, maar we zijn er nog niet. Essentieel is dat we hier serieus mee bezig zijn en blijven en dit transparant communiceren en afstemmen met al onze sectoren en de maatschappij in de breedste zin in Nederland en daarbuiten. Ook in 2020 moet de vis op het menu met plezier geconsumeerd kunnen worden.

 

  • We kregen te maken met een zware saneringsronde in de kottersector waardoor de capaciteit met 40% afnam, als gevolg van sterk teruglopende door de Europese Commissie toegekende quota’s. Wederom kon op ruime financiële steun van de Tweede Kamer worden gerekend om de problemen aan te pakken.
  • We kregen te maken met torenhoge energieprijzen die ons stimuleerden energiezuiniger en duurzamer te gaan vissen. Zelfs de motorvermogens van de schepen werden sterk teruggebracht. Daarnaast zagen we in bijna alle sectoren dramatisch lage opbrengstprijzen, waardoor de bedrijven moesten vechten om te overleven of helaas omvielen.
  • We kregen te maken met zeer veel initiatieven om over te schakelen naar nieuwe vistechnieken, die minder bodemberoering en minder ongewenste bijvangsten veroorzaken en waarbij minder energie wordt gebruikt. Opmerkelijk waren de grote bereikte verbeteringen die ik in agrarische sectoren nog nooit heb gezien. Financiële steun via het Visserij Innovatie Platform, met voorzitter Bram Bierens, was hierbij zeer welkom. Ik ben zeer trots op de pioniers, die de moed hadden deze voortrekkersrol te vervullen, waardoor er nu velen hun voordeel kunnen doen met de zeer vele nieuwe ontwikkelde technieken. Vallen en opstaan, het motiveren van de bemanningen om door te gaan, ook als er minder gevangen werd en zij daardoor aan het eind van de week met minder geld naar huis gingen, vraagt veel inzet van de schipper.
  • We kregen te maken met uitspraken van de Mededingingsautoriteit die in tegenstelling tot de situatie in andere landen een duurzame aanpak in de garnalensector in de weg stonden en deze sector tot de dag van vandaag onzekerheid geeft. Het bedrijfsleven heeft er recht om voldoende duidelijkheid te krijgen, zeker in een situatie van een economische crisis wanneer het herstel ook alleen van uit datzelfde bedrijfsleven kan komen.
  • Wij kregen te maken met uitspraken van de Raad van State waardoor voor de mosselsector iedere toekomstverwachting weggevaagd werd. Uiteindelijk zijn er, mede door het door Minister Verburg afgesloten convenant, weer stapsgewijze mogelijkheden ontstaan die zeer grote investeringen in zaadinvanginstallaties vragen en waarbij de plaatsingsmogelijkheden nog te beperkt zijn, maar ook conflicten met overige sectoren voorkomen moeten worden.
  • Wij kregen te maken met de beperktere mogelijkheid om te vissen in de Voordelta vanwege de natuurcompensatie die voor de totstandkoming van de Tweede Maasvlakte moet worden gegeven en de maatregelen die voor het realiseren van de Natura 2000 doelen nodig zijn. Toen na een jaar door de betrokken Ministers op vrijwel geen enkel punt van onze verzoeken werd gereageerd, hebben wij het vooraf aangekondigde beroep ingesteld bij de Raad van State tegen het besluit van de Minister, waardoor vertraging kon ontstaan bij de realisatie van de Tweede Maasvlakte. Kort voordat deze zaak zou dienen hebben we met de betrokken partijen over de meeste punten een akkoord bereikt en hebben we het verzoek van Minister Verburg om de zaak terug te nemen geaccordeerd. Het is triest dat we tot het uiterste moesten gaan om onze redelijke verzoeken gerealiseerd te krijgen. Wellicht een leermoment voor het Ministerie van LNV.
  • We kregen te maken met Natura 2000 dat op de agenda kwam bij bijna alle reguliere overleggen die ieder kwartaal tussen Minister Verburg en ons dagelijks bestuur plaatsvinden. We onderschrijven het uitgangspunt dat in bepaalde gebieden de gestage achteruitgang in biodiversiteit te stoppen is door instandhoudingsdoelstellingen te formuleren. Onduidelijkheid over de inhoud, de procedure, de einddoelstellingen, de gevolgen voor de gebruikers etc. maken het Natura 2000 proces er niet gemakkelijker op.
    Op 23 december vorig jaar zijn 18 Natura 2000 gebieden definitief aangewezen. De helft hiervan betreffen visgebieden. Helaas zijn de onzekerheden zo groot dat wederom beroep zal worden ingesteld, net als ze eerder in 2009 hebben gedaan voor de Waddenzee en de Noordzeekustzone. 
  • We kregen te maken met de meerjarige beheerplannen op de Noordzee die tot duidelijk herstel van de schol- en tongbestanden hebben geleid, zodat de quota ook in 2010 verder  verhoogd konden worden. Dit is een goed voorbeeld dat het Brusselse beleid zeer effectief is als de vangstenvastlegging consistent gebeurt en er effectief gecontroleerd wordt. Dit zou een voorbeeld voor de rest van de EU moeten zijn. Helaas is de Raad van Visserijministers gevlucht in nog meer controle-eisen, terwijl de bestaande controles elders onvoldoende worden uitgevoerd.
  • We kregen te maken met een palingbeheerplan waarbij uiteindelijk politiek werd gekozen voor een plan tot een vangstverbod. Ik wil aan alle betrokkenen mijn medeleven betuigen. Het voorstel van het bedrijfsleven om 157.000 kg. aal over de dijk te zetten om terug naar de paaigebieden te kunnen zwemmen werd door veel mensen begrepen. Dit jaar zal benut worden om een nieuw beheerplan op te stellen, waarbij de sector voorstellen zal uitwerken die tot een effectievere aanpak zullen leiden, dan de huidige maatregelen, waarbij een uiterst beperkte hoeveelheid paling via de bijna 4700 gemalen heelhuids in de Noordzee kan komen. De visspeciaalzaken zullen de inzet van de sector steunen om tot herstel van de palingstand te komen en daarom de paling blijven verkopen.


Graag vraag ik uw aandacht voor een bijzonder persoon, de heer Sicko Heldoorn, die zich heel sterk heeft gemaakt voor dit project en andere activiteiten van de binnenvissers. Hij is teruggetreden als voorzitter van de Combinatie van Binnenvissers en als langdurig lid van het Dagelijks Bestuur van het productschap en ik wil hem graag vanaf deze plaats bijzonder dank zeggen voor zijn bijzondere inzet om de belangen van de vissers te behartigen naast zijn andere drukke werkzaamheden. Hij heeft hiermee een onuitwisbare periode afgesloten. Sicko, ik dank je voor de plezierige samenwerking en de duidelijke visie en de passie waarmee je dit hebt gedaan.

 

  • We kregen en houden constructief overleg met o.a. het Wereld Natuurfonds en Stichting de Noordzee, maar helaas nog niet met Greenpeace, omdat zij niet willen overleggen om tot verduurzaming te komen. Wij mensen zijn de enige van de 3 ‘P’s’ (People, Planet en Profit) die verbindingen kunnen leggen om tot een betere wereld te komen. Daarom ligt bij ons de verantwoordelijkheid om met die NGO’s die constructief willen overleggen het duurzaamheidstraject met kracht voort te zetten. Daarnaast is het moeilijk voor het bedrijfsleven op de duurzaamheidswensen van NGO’s in te spelen, omdat deze door de NGO’s verschillend worden geïnterpreteerd en er dus geen eenduidigheid is hoe de ‘P‘ van ’Planet’  moet worden ingevuld. Verder is duurzaamheid in de vissector een combinatie met ook de ‘P’ van ‘People’  en de ‘P’ van ‘Profit’ om alle noodzakelijke investeringen mogelijk te maken.
  • Wij kregen te maken met de ‘P’ van ‘People’ in onze sociaal economische commissie, waarin naast werk, scholing, arbeidsomstandigheden voor de hele kolom, veiligheid en goed werkgeverschap en de verbetering van de kwaliteit van de arbeid belangrijke punten zijn. Naast de specifieke projecten van ons Productschap Vis is meegewerkt aan een breder project met andere productschappen dat duidelijk resultaten heeft laten zien. Om de scholing van het groene onderwijs te versterken is een intentieverklaring opgesteld en ondertekend door Minister Verburg. Gezien de stappen die voorwaarts zijn gemaakt is het draagvlak van het productschap bij de FNV Bondgenoten en de CNV BedrijvenBond aanmerkelijk versterkt.
  • Na mijn komst ontstond bij het Productschap Vis het besef dat wij ons ook aan de subsidieregels uit het Algemeen bestuursrecht moeten houden, waar de SER op toeziet. Dit leidde tot formelere afhandelingen van de subsidieaanvragen. Vervolgens kwamen er strengere eisen en controles op naleving van Europese regelgeving, waardoor de formele afhandeling van overeenkomsten en subsidieverzoeken aan nog strakkere voorwaarden moet voldoen. Daarnaast is de Code Goed Bestuur voor alle PBO’s ingevoerd om onze werkzaamheden meer transparant te maken en meer democratische legitimiteit te waarborgen.
  • Door de terugvallende heffingsinkomsten kregen we te maken met een tekort op de goedgekeurde  begroting voor 2010. Dit moet in de komende jaren volledig verdwijnen. Er zijn jaarplannen opgesteld, waaruit duidelijk blijkt wat we gaan doen en welke kosten hierbij horen. Over de uit te voeren taken is bij een van de kotterorganisaties en de handelssector nog geen volledige duidelijkheid, omdat ze in eenheid nog te verdeeld zijn. Over de ondersteuning die medewerkers van ons productschap aan de 14 privaatrechtelijke organisaties in ons visserijcentrum bieden is nauwelijks discussie. Gezien de efficiënte benutting van kennis willen andere productschappen dat concept nu ook gaan volgen.
  • Wij kregen ook te maken met 2 nieuwe autonome verordeningen die vanwege het algemeen belang door de SER, de Europese Commissie en de WTO zijn goedgekeurd. Het betreft een verordening om extra fytosanitaire voorzorgsmaatregelen te nemen als uit gebieden met een onbekende status garnalen, kreeften en schelpdieren geïmporteerd worden, die een dusdanig risico inhouden dat onze eigen productie stil gelegd moet worden om de volksgezondheid te waarborgen of door de introductie van invasieve soorten de biodiversiteit ongewenst vergroot wordt. De tweede verordening regelt dat vanaf een bepaalde datum nieuwe haring niet eerder aan de consument mag worden aangeboden dan dat ze van een voldoende biologische kwaliteit is, zodat de consument krijgt wat deze verwacht en met veel promotieactiviteiten het seizoen gezamenlijk geopend kan worden.
    Vervolgens doet het Productschap Vis een aantal medebewindstaken voor de overheid. Dit betreft de controle op de versheid van de gevangen vis en de juiste indeling van vis. Tevens heeft de Minister van VWS ons productschap aangewezen voor Brussel als de bevoegde autoriteit om ervoor te zorgen dat bij het voorkomen van salmonella en toxische algen in het water, een puur natuurlijk proces, danwel toxines in schelpdieren maatregelen genomen worden om risico’s voor de volksgezondheid uit te sluiten. Nadat uit herbemonstering blijkt dat de risico’s zijn geweken wordt het gebied c.q. product vrijgegeven.
    Ook vraagt de overheid nieuwe taken uit te voeren. Het gaat dan om de financiële compensatieregeling voor de palingvissers en de per 1 januari in de EU ingevoerde regeling om verplicht bij export en import in de EU officiële vangstcertificaten af te geven. Het Productschap Vis zal deze afgeven voor de garnalensector. Hierdoor draagt ons productschap ook bij aan de totale regeling die illegale, ongerapporteerde en ongereguleerde vangsten en visproducten tegen gaat. Het productschap neemt als publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie namens de overheid een meer prominente positie in om problemen voor het bedrijfsleven praktisch op te lossen. Gezien onze aanwezige kennis en onze efficiënte aanpak acht ik het niet uitgesloten dat er nieuwe vragen van de overheid komen.

 

Ik heb u enkele voorbeelden gegeven van onderwerpen die de afgelopen vier jaar hebben gespeeld in ons productschapsplatform waar alle deelsectoren elkaar ontmoeten om de gezamenlijke uitdagingen in de sector aan te pakken. Daarnaast verricht het productschap algemene taken om de eerlijkheid in de handel te bevorderen, de volksgezondheid te beschermen en de biodiversiteit niet ongewenst te laten toenemen. Ik wil het oordeel over het totale resultaat graag aan u overlaten, maar u daarbij te vragen het net voorzichtig op te halen, zodat het niet scheurt.

 

Gaarne wil ik nog enkele suggesties meegeven voor de komende jaren.

  1. Het is mooi dat we optimistisch worden dat de economische crisis al voorbij zou zijn. Echter we weten dat de overheid nog 35 miljard euro moet bezuinigen; de pensioenfondsen en banken moeten sparen en het besteedbaar inkomen niet rooskleurig is. We moeten er voor waken dat de overheid niet de ondernemingen financieel extra zal gaan belasten, maar juist stimuleert om te groeien door een vereenvoudigd vergunningenbeleid, snelle duidelijkheid over toekomstig beleid om noodzakelijke investeringen te kunnen doen en toe te zien op een zelfde ‘level playing field’ voor de concurrentie met andere lidstaten.
  2. Aandacht geven aan visconsumptie om ervoor te zorgen dat de vis 2 maal per week op het menu komt en blijft. We hebben met ons product goud in handen met 5 g’s; gezond, gemak, genieten, groene duurzaamheid en goed eerlijk gevoel. Uit onderzoek blijkt dat de zwevende consument steeds belangrijker wordt en klantvriendelijk en eerlijk behandeld wil worden. De consument wil voldoende informatie hebben om met plezier te kopen, te koken en te consumeren. Dit vraagt om goede marktconcepten in de keten en innovaties in ons land en daarbuiten. De voorlichting, de promotie en de inbedding van het Visbureau dienen ook mede daartoe te worden herzien, zodat dit efficiënter en effectiever kan plaatsvinden op basis van de belangrijke inbreng van de sectoren. Maatschappelijk gezien is een toename van de visconsumptie met 2 maal per week uitermate van belang, omdat het RIVM heeft berekend dat hierdoor de gezamenlijke kosten voor de gezondheidszorg met 300 miljoen euro kunnen afnemen, de mensen langer leven met een betere kwaliteit van leven en minder kans hebben op ernstige ziekten c.q. aandoeningen. Nu uit onderzoek blijkt dat 50% van de mensen gezonder wil leven, is er gelukkig een medicijn dat overal gemakkelijk verkrijgbaar is zonder doktersvoorschrift. 
  3. Het draagvlakonderzoek dat uiterlijk in 2011 van de regering moet worden uitgevoerd geeft een nieuwe uitdaging voor ons Productschap Vis om zich naar de bedrijfsgenoten en werknemers waar te maken. Ons productschap moet dichtbij de sectorgenoten staan, zodat duidelijk is dat deze een directe meerwaarde hebben op korte of lange termijn. Naast de informatie die de dragende organisaties verstrekken, kan directe communicatie, ook via internet, het instellen van werkgroepen van jonge ondernemers en bijvoorbeeld van captains of industrie de meerwaarde van het productschap duidelijk maken en daarmee het draagvlak vergroten.

Aan het einde van mijn betoog wil ik u allen danken voor uw komst. We hadden kennelijk veel samen en dat stemt mij tot vreugde. Het mooie is dat ik weg ga op een moment dat ik zelf bepaald heb. Het bestuur wil ik bedanken voor het vertrouwen en de ruimte die ze mij hebben gegeven. De medewerkers en het secretariaat voor de grote inzet en deskundigheid, waar ze deze voorzitter en de nieuwe voorzitter mee zullen verrassen. Mijn 2 secretarissen voor de dagelijkse contacten, de goede voorbereidingen van de vergaderingen en de vriendschap. 

Speciaal wil ik Wil van de Fliert bedanken voor alles wat hij voor het Productschap Vis heeft gedaan. Deze woordkunstenaar heeft laten zien dat hij van zijn mensen houdt. Opmerkelijk is je grote doorzettingsvermogen, dat ook vandaag blijkt om hier vandaag bij ons aanwezig te zijn.

 

Dank aan alle ministeries, de regering, de Brusselse autoriteiten, de SER, NGO’s en alle overige organisaties, waaronder de collega-productschappen voor de constructieve samenwerking.

 

Tenslotte dank aan mijn vrouw, van wie ik nooit een wanklankje heb gehoord over de beperkte tijd die we samen konden invullen en de vele werkzaamheden die thuis en op ons bedrijf op jouw schouders kwamen. Ik beloof je dat ik dat nu kan en zal veranderen.

 

Ik ben blij met de keuze van de selectiecommissie om Doeke Faber als mijn opvolger voor te dragen aan het bestuur, dat dit unaniem heeft overgenomen. Ik wil hem hiermee van harte feliciteren. Zelf ken ik hem als een zeer deskundig iemand met grote bestuurlijke ervaring en een omvangrijk netwerk. Doeke, het is een fantastische baan. Ik heb er iedere dag van genoten en een dag zonder visserij is voor mij een verloren dag. Het is een stukje van mezelf geworden. Ik ga niet helemaal weg, dus we kunnen elkaar blijven zien en ik blijf graag tot je dienst.

 

Graag wil ik u allen nog iets tastbaars meegeven. Het is een kopie van enkele hoofdstukken uit het boek ‘ De tegenwoordige Staat der Verenigde Nederlanden’ van 1739. Het gaat over de visserijhoofdstukken. Vanzelfsprekend zijn er veel verschillen met nu, maar de overeenkomsten over nettenvoorschriften, zodat onvolwassen vissen niet werden gevangen, het verbod om voor 24 juni op haring te mogen vissen en veel andere feiten breng ik graag onder uw aandacht. U zult constateren dat iedere periode zijn eigen duurzaamheidsdynamiek heeft.

 

Het gaat u allen goed, nogmaals bedankt en veel succes toegewenst met uw activiteiten in 2010, in goede gezondheid en met onverminderde durf, daadkracht en doorzettingsvermogen.

 

Jan Odink

Voorzitter van het Productschap Vis

 

 

 

Print pagina

 

Nieuwjaarsbijeenkomst 2012

dr. D.C. Faber, scheidend voorzitter Productschap Vis, Foto: Evert-Jan Daniels

Bekijk alle foto's