Stellendam, 2 juli 2011, Speech van de voorzitter van het Productschap Vis, de heer dr. D.C. Faber, uitgesproken tijdens de Dag van de Nederlandse Zeevisserij
Alleen de uitgesproken tekst geldt
Burgemeester, Mevrouw van der Velde; Directeur van de UFA, de heer Van Nieuwenhuizen, de vertegenwoordiger van het Ministerie van EL&I, de heer Maarten Kool, prominenten uit de sector, genodigden, dames en heren, namens het bestuur van het Productschap Vis heet ik u allen van harte welkom!
Het is geweldig om te zien dat u met zo velen Stellendam heeft weten te vinden! Natuurlijk is er een goede reden om Stellendam op te zoeken vandaag! U wilt de Dag van de Nederlandse Zeevisserij mee beleven. Zelf heb ik nog niet heel veel Visserijdagen mee gemaakt, maar ik heb me laten vertellen, dat de opkomst vandaag buitengewoon groot is!. Dat is fijn voor de organisatoren en dat is goed voor de sector!. Immers de Dag van de Nederlandse Zeevisserij is een toogdag, waarop de sectorgenoten elkaar weer ontmoeten, netwerken, en kennis en ervaring uitwisselen; het laat de wens zien, en dat zou wat mij betreft veel vaker mogen gebeuren, om gezamenlijk als vissector bijeen te zijn, in saamhorigheid, in verbondenheid. Het gevoel te hebben dat je met elkaar voor een sector staat en daar het beste van wilt maken!
Ik ga dit keer niet met u terugkijken op het afgelopen jaar, waar we als visserijsector weer de nodige stormen hebben moeten doorstaan; het lijkt soms alsof onze sector alleen maar te maken heeft met ruw weer en onzekere tijden! Natuurlijk zijn we die strijd aangegaan; en natuurlijk kan onze sector tegen een stootje, de sector heeft een enorme overlevingskracht, maar de ondergrens van wat een economische gezonde en levensvatbare visserij sector zou moeten zijn, is nu wel bereikt.
Maar er is ook goed nieuws: graag sta ik met u stil bij de mooie kansen, die zich voordeden, de initiatieven, die zijn ontplooid en de positieve instelling, die onze sector naar betere tijden en een sprankelende toekomst moet leiden.
Het goede nieuws betreft de deze week bekend gemaakte biologische adviezen voor de vangstmogelijkheden voor 2012.
Het werd al eerder gezegd - verleden jaar al - en het is nu bevestigd: het gaat heel goed met de platvis in de Noordzee. De scholbestanden groeien fors en ook de tong mag van de biologen op een stijging van het quotum rekenen van 11%. Het moet de kottersector als muziek in de oren klinken.
Ook de haringstand blijkt flink toegenomen. Het verschil tussen het vangstadvies en de realiteit op zee is nog groter geworden dan het vorig jaar al was. Het advies op basis van het management plan is 230.000 ton en volgens de meest voorzichtige beheermethode (MSY) zou er in 2012 478.000 ton gevangen mogen worden.
De industrie vindt dat dit laatste getal als TAC voor 2012 moet gelden en dat daarom dus met spoed het management plan moet worden aangepast; immers op dit moment leidt het management plan tot onder-exploitatie van het Noordzeeharingbestand. Dat kan niet de bedoeling zijn. Natuurlijk moeten we moeten goed beheren - dat gebeurt ook op basis van MSY - maar om zoals nu gebeurd, ver onder de MSY te gaan zitten, lijkt volstrekt onredelijk en niet logisch.
Dames en Heren, na de goede berichten over onze rijke Noordzee, had ik vandaag graag hier en nu aan de geplande gastspreker vandaag een ‘broodje Bleker’ overhandigd. En reken maar, dat zou een rijk belegd broodje zijn geweest.
Kortom, de sector moet de kansen benutten, die er zijn. Want alleen op die manier, kunnen we er voor zorgen dat de jonge generatie vissers een goed bestaan kan opbouwen. Een aantal voorbeelden licht ik er graag uit.
Masterplan Duurzame Visserij
Een ambitieus en mooi plan, maar waar halen we die 500 miljoen euro vandaan? Is het wel realistisch?.’ Dit is een regelmatig gehoorde reactie op het Masterplan Duurzame Visserij. Reden om het nog maar eens duidelijk te herhalen!
Onze platvis vloot verbruikt nu teveel brandstof; gekoppeld aan de huidige hoge olieprijzen en dalende marktprijzen, is de vloot te kwetsbaar geworden. Herstructurering is pure noodzaak.
In 2010, bleek een enthousiast en breed draagvlak in de hele sector voor een plan om de Nederlandse visserijvloot de komende jaren te vervangen door schepen, die moeten bijdragen aan een duurzame en economisch gezonde toekomst.
Het afgelopen jaar hebben zes werkgroepen veel tijd gestoken aan de verdere uitwerking van het plan. Technische, financiële aspecten, en economische aspecten komen daarin aan de orde. De werkgroepen zijn nu allemaal in een afrondende fase. Het primaire doel is nu om twee prototypes van het nieuwe schip te realiseren. Als we dat voor elkaar krijgen, zou al fantastisch zijn. We hebben daarvoor niet alleen draagvlak van de visserijsector nodig: ook ons Ministerie van EL&I zou zich nadrukkelijk. als onze partner in dit plan moeten manifesteren.
Visserijonderwijs
Naast de ontwikkelingen in technische zin zoals verbeteringen van vistechnieken en betere ketensamenwerking, wordt ook aandacht besteed aan de scholing van toekomstige vissers. Als we geen goed opgeleide vissers hebben, dan hebben we misschien wel alles goed geregeld, maar dan hebben we toch geen visserij, die klaar is voor de toekomst. Bovendien hebben we vissers nodig, die in staat zijn zich te bewegen in de nieuwe wereld, waarin de visserij terecht gaat komen. Om die reden is, mede dankzij een forse VIP- subsidie, ruim twee jaar geleden begonnen het lesmateriaal van het vak visserijkunde te actualiseren. Ook is er van de gelegenheid gebruik gemaakt om duurzaamheid in de volle breedte, voor zover het van toepassing is op de visserij, mee te nemen in het lespakket.
Het project “Update visserijkunde” is uitgevoerd in samenwerking met de visserijscholen waarbij een voortrekkersrol is vervuld door het Scheepvaart en Transport College( STC), waaronder de visserijscholen in Stellendam en Katwijk vallen, en het Berechja College uit Urk. De duurzaamheidsaspecten zijn ingebracht door ProSea.
Het lesmateriaal is samengesteld door de betrokken docenten van de scholen: daarbij is dankbaar gebruik gemaakt van een groot aantal specialisten en praktijkmensen uit verschillende deelsectoren. Tenslotte is het materiaal nog getoetst door een zogenaamde expertgroep, die bestond uit vertegenwoordigers van de kennisinstituten en sectorvertegenwoordigers.
In de laatste fase van het project wordt het nieuw ontwikkelde materiaal gepresenteerd aan de visserijdocenten van alle visserijscholen, zodat het lesmateriaal vanaf september in gebruik zal kunnen worden genomen.
Het lesmateriaal van ons project “Update Visserijkunde” officieel overhandigen aan Gosien Doornenbal en Jan Kweekel en aan Henk Redert, directeur van de Visserijschool in Stellendam.
Het resultaat wil ik graag overhandigen aan de vertegenwoordigers van het STC en het Berechja College: de heer Jan Kweekel, Lid van de raad van Bestuur van het STC, waaronder de visserijschool in Katwijk en de visserijschool in Stellendam vallen) en mevrouw Gosien Doornenbal ( directeur Berechja College.)
Henk Redert naar voren vragen, als directeur van de visserijschool hier in Stellendam en als een van de auteurs van het nieuwe lesmateriaal is hij intensief bij het project betrokken.
Vragen aan Henk Redert:
- Kun je aangeven wat de meest opvallende verandering in het lesmateriaal is?
- Wat zou je de docenten die met dit nieuwe materiaal aan de slag gaan willen meegeven?
- Wat zou je in de naaste toekomst nog het liefst gerealiseerd zien in het visserijonderwijs?
Kadercursus vissector
Naast aandacht voor het visserijonderwijs is er ook bijscholing voor medewerkers in de sector.
In de afgelopen periode is, onder projectleiding van ProSea, de zogenaamde kadercursus uitgevoerd. Mede aangestuurd door het Productschap en Imares zijn, verspreid over twee jaar een zestal tweedaagse workshops uitgevoerd. Het doel van de kadercursus was om de deelnemers extra kennis over de vissector en haar omgeving bij te brengen en hun een aantal managementvaardigheden mee te geven. De inbreng van voormannen van zowel overheidszijde als vertegenwoordigers uit de sector, gaven de bijeenkomsten een groot realiteitsgehalte en toegevoegde waarde. De ca 25 deelnemers kwamen uit alle delen van de sector van vissers tot detaillisten.
De groep heeft tijdens een vergadering van het Algemeen Bestuur van het Productschap Vis een presentatie gegeven, waarbij ze met frisse ideeën over actuele thema’s, een goede bijdrage hebben geleverd. Er zijn suggesties gedaan om deze groep als groep voor de sector bijeen te houden. De definitieve vorm, waarin dat zou moeten gebeuren, wordt binnenkort bekend gemaakt. Uiteraard staat weer een nieuwe cursus in de steigers, waar opnieuw 25 jonge, enthousiaste visserijondernemers zich zullen ontwikkelen tot onze nieuwe bestuurders.
Van de groep is in elk geval aanwezig Caroline Makkus
Mogelijke vragen:
- Wat sprong er voor jullie het meest uit?
- Waar heb je het meest aan gehad?
- Wat denk je in de toekomst met de extra kennis, info en het netwerk te kunnen doen?
Kwamen de ketenaspecten voldoende naar voren?
Dames en heren, tot slot.
Verandering en vernieuwing zijn nu aan de orde van de dag. Het participeren in en het bijdragen aan tal van innovatieprojecten is vandaag de dag evenzeer ‘top of mind’ dan de eigenlijke core-business: vissen vangen.
De vissector lijkt zich te kenmerken door een sterke verdeeldheid. Dit hoeft niet beslist negatief te zijn! Het impliceert ook dat op allerlei plaatsen bij veel ondernemers volop wordt gewerkt aan innovatie op het gebied van vangstmethoden en energiebesparing, of op het gebied van de overlevingskansen van discards.
Kansen moeten worden aangegrepen en dat moeten we samen doen! De eerste stappen daartoe zijn gezet. Samenwerking tussen vissers en afnemers vindt reeds plaats. Vissers kwamen naar de wereldhandelsbeurs in Brussel om te zien wat er met hun producten gebeurt en hoe ze meer vraag gestuurd kunnen vissen. Ook bijeenkomsten, waar aanvoer en handel bezien in hoeverre ze elkaar kunnen versterken, vonden reeds plaats. Er ligt nog een heel terrein braak, dat vraagt om follow-up! Ons productschap zal hierin faciliteren en deze schakels in de keten bij elkaar brengen.
Dat “samen sterk staan” van belang is, hebben we onlangs kunnen zien bij onze collega’s van de tuinbouw. De EHEC-bacterie bracht de telers in een enorme crisis. Alleen gezamenlijke inspanning vanuit de overkoepelende organisatie, samen met de gehele keten , kan een veelvoud aan schade beperken. Zelden waren de telers zo blij met hun Productschap.
Belangenbehartiging van de sector ligt onder een vergrootglas bij politiek en overheid. Het Productschap en de besturen van haar dragende organisaties zullen er voor moeten zorgen, dat het belang van de collectiviteit en het gemeenschappelijk belang van onze sector voortdurend wordt uitgedragen naar hun achterban. Het zijn immers de ondernemers, die optimaal gebruik zouden moeten maken van de diensten van het Productschap.
Dames en Heren, laat u zich deze dag verrassen door wat de sector te bieden heeft op het gebied van duurzaamheid en innovatie, en neemt u mee naar huis de overtuiging dat onze sector opnieuw forse schreden heeft gezet op weg naar een duurzame en voorspoedige toekomst.

- Doeke Faber

- Overhandiging nieuw lesmateriaal

- Interview over de kadercursus
Nieuwjaarsbijeenkomst 2012
Genomineerden voor de Verantwoorde Vis Prijs 2012, Foto: Evert-Jan Daniels
Bekijk alle foto's
