Speech van de voorzitter van het Productschap Vis, dr. Doeke C. Faber, gehouden tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst op 16 januari 2012 te Wassenaar

Alleen de uitgesproken tekst geldt

Mijnheer Bleker, Staatssecretaris van EL&I,
Prominenten uit de vissector, Collega Voorzitters van de Productschappen,
dames en heren,

Welkom op de traditionele nieuwjaarsbijeenkomst van het Productschap Vis.
Namens bestuur en medewerkers van het Productschap Vis, het kan nog net,  wens ik u een voorspoedig, gelukkig en bovenal gezond nieuwjaar.

Als scheidend voorzitter, stel ik het op prijs om op de valreep een aantal zaken met u te mogen delen betreffende de vissector. Een sector, die ik twee jaar heb mogen dienen en waar ik nu met gemengde gevoelens afscheid van neem.

Het is goed gebruik dat de voorzitter terugkijkt op de meest in het oog springende gebeurtenissen van het afgelopen jaar en een voorzichtige blik werpt op de toekomst.
Ik zal niet volledig zijn, waarvoor bij voorbaat mijn excuus.

Twee voorname thema’s wil ik er uit lichten: (1) duurzaamheidontwikkeling en (2) markt en keten.

Duurzaamheidontwikkeling

Veel langer dan andere economische sectoren heeft de visketen zich kunnen onttrekken aan de sterke aandacht van de maatschappij en NGO’s wat betreft duurzaamheid.

Maar het afgelopen decennium is die aandacht aanzienlijk verscherpt, met name de afgelopen 5 jaren. En dan ook nog eens op een aantal fronten tegelijk:

- brandstofverbruik,
- bodemberoering
- welzijn (dodingmethoden),
- bijvangsten, en
- vestiging van windmolenparken op zee (als dat verduurzaming is).

Ik heb gemerkt dat er binnen de sector lange tijd een afwachtende en nogal afhoudende houding heeft bestaan wat betreft de erkenning van bovengenoemde maatschappelijke thema’s en derhalve tot het nemen van maatregelen, die politiek en maatschappij ervan overtuigen dat de sector de problemen serieus neemt.

Het innovatieplatform heeft, in zijn slechts 4 jarig bestaan, een sterke impuls gegeven aan het ontwikkelen van nieuwe initiatieven om, vooral in technische zin, de problemen aan te pakken. In veel gevallen heeft dit geleid tot positieve resultaten, en belangrijker, het heeft ook een omslag in denken teweeggebracht in de sector.

Bijvoorbeeld: de pulskor, met elektrische vistechniek,  is al niet meer weg te denken, zowel vanwege de sterke brandstofreductie, de hogere selectiviteit en kwaliteit, alsmede de mindere bodemberoering.

We rekenen erop dat het de Staatssecretaris zal lukken om Brussel te overtuigen dat deze vismethode nu volledig geaccepteerd en gelegaliseerd gaat worden. Om op een fatsoenlijke manier je boterham te verdienen, dat heeft de sector nodig.

Ander voorbeeld: ik ben betrokken geweest bij de tweede fase van het Masterplan Duurzame Visserijvloot. De formele afronding daarvan en presentatie van de plannen zal binnen enkele weken plaats vinden. Ook bij het Masterplan blijkt dat we met de noodzakelijke vernieuwing van de vloot nog maar aan het begin staan van verdere ontwikkelingen.

De sector zal al zijn innovatieve, financiële, en bestuurlijke vermogen inzetten om die ontwikkelingen gestalte te geven en uit te voeren, maar zij zal dat niet alleen kunnen; daar heeft zij de steun van de overheid bij nodig. EL&I heeft gelukkig reeds toegezegd dat zij op een aantal selectieve terreinen graag haar medewerking en steun verleent.

Voorname stappen zijn dus gezet de afgelopen tijd.
Zo ook het ondertekenen van het VIBEG akkoord; daarmee werd het jaar alsnog met een positief signaal afgesloten.
Het VIBEG akkoord is een overeenkomst aangaande het treffen van noodzakelijke maatregelen in Natura 2000-gebieden op zee.

Het heeft heel veel zweet en tranen gekost van de sector en haar bestuurders om tot een vergelijk te komen.
Het kan aan de andere kant ook niet zo zijn, dat een sector met overheid en NGO’s voor een langere periode geen goed en structureel overleg heeft, en alleen nog via juridische procedures met elkaar zou communiceren. 

De totstandkoming van de ondertekening van het Vibeg akkoord geeft mij de goede hoop, dat de sector en de andere partijen zich realiseren dat zij samen verder moeten op die ingeslagen weg. Ik vraag de overheid en NGO’s daarbij nadrukkelijk geduld te oefenen om de sector mentaal en materieel deze omslag te kunnen laten maken.

Maar tegelijkertijd vraag ik de sector om gedurende de gehele looptijd een maximale inspanning te leveren om een en ander te realiseren.

Overigens ben ik van mening dat de successen van de sector nog lang niet voldoende gebruikt worden om het offensieve karakter van verduurzaming maximaal uit te nutten. Bestuurders en ondernemers - en nu heb ik het vooral over de verdere schakels in de keten: de verwerkers, groothandel en detailhandel – brengen nog veel te weinig hun successen, zowel in de markt als bestuurlijk / politiek over het voetlicht.

Zeggen wat je doet en doen wat je zegt: in andere woorden “be good and tell it”.
We hebben grote stappen gemaakt en dat gaan we nog veel meer doen de komende vijf jaar. Ook dat moeten we willen uitdragen, zonder bang te zijn voor de reacties uit de achterban. Die zal er uiteindelijk profijt van hebben.

Markt en keten

Financieel economisch gezien is het binnen delen van de sector de afgelopen jaren niet gemakkelijk geweest. De hogere kostprijs door brandstofprijzen, investeringen in duurzaamheid, en de economische recessie hebben daarbij allemaal niet geholpen.

En dan heb ik het nog NIET over de ramp die de binnenvisserij is overkomen. Tijdelijke vangstverboden vanwege EU-beleid en een algeheel vangstverbod vanwege dioxine. De toch al kwetsbare binnenvisserij heeft het echt voor de kiezen gekregen.

En zoveel is duidelijk, voor veel ondernemers in deze deelsector betekent het effect van deze exogene factoren, waar de ondernemers en bestuurders dus geen invloed op hebben, de genadeslag. 

Maar wat de organisatie en de keten betreft moeten we zelfkritisch zijn!
Immers daar hebben we wel invloed. Daar kunnen we wel wat aan doen. En daar gebeurt of verandert naar mijn idee te weinig. Daar kan de garnalensector als voorbeeld dienen, maar delen van mijn betoog zijn allicht ook van toepassing op platvis of schelpdieren.

Ik zie te weinig afstemming van vraag en aanbod. Veel te weinig overleg tussen aanvoerder, verwerker, groothandelaar en eindgebruiker. Niet alleen geinteresseerd zijn in je klant, soms is dat al veel gevraagd, maar ook in de klant van je klant.

Over gewenste hoeveelheden, op welk tijdstip, van welke kwaliteit, just in time toelevering,  etc. Voor elke schakel in de keten geldt dat je het niet meer gewoon bij de belendende percelen over de muur kunt gooien. Dat kost alleen maar geld en energie en levert weinig op.

Het past allicht niet zo geweldig in onze ‘vaste structuur met afslagen en veilplichten en producentenorganisaties’. Maar ik heb de opvatting dat er in de sector wel wat meer en dapperder ‘out-of-the-box’ gedacht mag worden over afzetstructuren.
Volgens mij zit de huidige structuur op vele punten MUURVAST. En dat is slecht voor de ondernemers in de sector. Voor vissers nu, maar op langere termijn ook voor de handel.

Ik denk overigens niet dat het Productschap hierin een rol zou moeten spelen. PVis moet geen speler worden in dat spel, maar zij zou dat spel wel kunnen faciliteren. Echter, met de huidige politieke werkelijkheid wordt dat allengs minder waarschijnlijk.

Wat dat betreft wil ik nog even stil staan bij het onderwerp promotie.
Promotie is een activiteit die mij na aan het hart ligt ongeacht of het nu in de paddenstoelen, bloemen of vis is.

In de visserij heeft collectieve promotie een prominente plaats voor zichzelf opgeëist.
Het Visbureau, onderdeel van PVis, heeft ruim 25 jaar goede dingen gedaan voor de sector. Bepaalde activiteiten (veiling eerste vaatje haring, ESE beurs in Brussel, etc zijn goede tradities). De laatste paar jaren is er echter een omslag gemaakt. Productpromotie (haring, mosselen, schol, en .......), is aangevuld met veel sectorpromotie.
Er wordt meer en meer verteld over de goede dingen die in de sector gedaan worden, zoals uitgedragen in onze nieuwe campagne “Mannen van de zee”. Met name op het gebied van duurzaamheid; de zaken waar ik daarnet over sprak.

Ik weet dat er in de sector voor veel promotieactiviteiten draagvlak is. Maar het is u ook bekend dat heffen voor promotie in de toekomst niet meer kan.
Dat is jammer, maar daar zullen we mee moeten leven.
Een projectteam, onder leiding van Diek Parlevliet en Agnes Leewis, gaat de komende maanden in de sector peilen of en zo ja via welke andere (private) wegen geld voor collectieve promotie bijeen gebracht kan worden.

Van ganser harte hoop ik dat het de sector lukt om dergelijke goede initiatieven voort te zetten. Ik roep de bestuurders daarom op – zij zijn het die altijd aangeven dat 25 jaar ervaring van het Visbureau niet verloren mag gaan -  om de daad voor lange tijd bij het woord te voegen.

Situatie politiek en productschappen

Als er één onderwerp in 2011 veelbesproken is geweest binnen en buiten de schappen dan is het de vraag of schappen een nuttige rol spelen in deze maatschappij: voor het ‘algemeen belang’ en voor het ‘sectorbelang’.
Daarover kan ik dus kort zijn.

In de sector bestaat voor diverse activiteiten van PVis alom waardering: zoals voor promotie, het organiseren van onderzoek, werk van de buitendienst, mosselveiling, etc. Over andere onderwerpen is er discussie (voorlichting, belangenbehartiging).

Er blijkt zo een duidelijk draagvlak in de totale ondernemerswereld (VNO, MKB-NL, LTO-NL) en de vakorganisaties (FNV, CNV) voor de schappen. Het heeft mij daarom teleurgesteld dat desondanks de Tweede Kamer zo gemakkelijk een streep zet door een institutie met zulke verdiensten en potentie voor de toekomst; zonder al te veel kennis van zaken en tegen de uitdrukkelijke wens van het bedrijfsleven zelf.

Mijn hoop voor de vissector (en andere sectoren) is dat het Kabinet het verstand laat zegevieren, en een voldoende breed basispakket van activiteiten in een voor de sector bruikbare vorm over zal laten.

Voor de visserijketen lijkt mij dit extra van belang gezien de relatieve kleinschaligheid en de versnipperdheid in de private geledingen.

Het ontmantelen van het Productschap Vis, als de enige bindende organisatie in de sector, zal desastreus zijn voor het organiserend vermogen van de sector, maar uiteindelijk ook voor de plaats van de sector in politiek en maatschappij.

Afronding

In de twee jaren, dat ik uw voorzitter mocht zijn, zijn in de sector mooie dingen gebeurd, ondanks tegenslagen, hoge kosten en lage prijzen.

De consumentenwaardering voor het product blijft goed; het streven naar duurzaamheid is meer gemeengoed geworden - gezien de investeringsdrang van de ondernemers; ondanks veel opmerkingen is tóch een Vibeg akkoord gesloten met overheid en NGO’s; en vele innovatieprojecten beginnen één voor één hun vruchten af te werpen.

Op die onderdelen is de sector op de goede weg. PVis heeft op vele van deze onderdelen haar steentje bijgedragen. Ik ga er vanuit dat zolang de organisatie er nog mag zijn, zij hiermee door zal gaan.

In dit kader wil ik graag mijn waardering uitspreken voor de inzet van de medewerkers van het Productschap, die, ondanks alle onzekerheden in 2011, er toch in geslaagd zijn om de werkzaamheden met grote inzet en op een goede wijze uit te voeren.

Ik dank mijn bestuursleden en de medewerkers van het Productschap voor de samenwerking en wens hen alle goeds toe voor de toekomst.
Tenslotte wens ik de sector goede professionele bestuurders, bestuurlijke wijsheid en zakelijk succes toe.
 
Ik dank u voor uw aandacht.

 

 

Print pagina

 

Nieuwjaarsbijeenkomst 2012

dr. H. Bleker, Staatssecretaris van EL&I, Foto: Evert-Jan Daniels

Bekijk alle foto's