
Toelichting Jan Odink, voorzitter Productschap Vis bij de ondertekening van de intentieverklaring door Minister Verburg (LNV) en alle voorzitters van productschappen om meer jonge mensen in de Agro-food sector te krijgen. (29 oktober 2009)
(alleen gesproken tekst geldt)
Inleidend:
Gisteren tekende de minister van LNV een convenant met onder andere het CBL waarbij ‘duurzaamheid’ het kernbegrip is. Van de 3 p’s die bij de term duurzaamheid dragen gaat het vandaag om de ‘p’ van ‘people’.
De vissector heeft een bijzondere maatschappelijke functie. Allereerst op het gebied van werkgelegenheid. Wij hebben immers in Nederland zo’n 20.000 mensen aan het werk, waar veel gezinnen van leven. Een tweede maatschappelijke functie betreft het feit dat wij ons inzetten om de Nederlandse bevolking 2 x week vis te laten eten als bijdrage aan een goede gezondheid.
Niet alleen zonder vis geen vissector, maar ook zonder mensen geen vissector. Er is een toenemend bewustzijn dat mensen een belangrijk kapitaalgoed zijn in de vissector.
De visserijsector is in vergelijking met de andere voornamelijk agrarische schappen een wat vreemde eend. Wij vangen (jagen) vis. We doen dit op de “gemene weiden” zoals dat heet. Met andere woorden het water waar wij vissen is van iedereen. De quota zijn wel van de vissers maar of ze gevangen kunnen worden is de vraag.
We hebben vergeleken met de agrarische/tuinbouw sectoren een andere mentaliteit.
Behalve harde werkers zijn we als sector eigenwijzer, zelfstandiger, veerkrachtiger en meer vrijbuiters. We zijn ons als sector bewust van het feit dat een goed rentmeesterschap noodzakelijk is voor het voortbestaan van de sector. Kenmerkend is ook dat we niemand om hulp vragen tenzij het echt niet anders kan.
Een goed voorbeeld daarvan is het Visserij Innovatie Project. Het water stond ons aan de lippen en met hulp van LNV doorloopt de sector nu een transitieproces dat resulteert in substantiële veranderingen. Op veel plaatsen in de sector is nieuw elan zichtbaar geworden. We zijn als sector innovatiever, ons beter bewust van het belang van duurzaamheid en van onze maatschappelijke omgeving.
Tekort aan mensen in de vissector wordt wat gemaskeerd door de gevolgen van de economische crises. Er is sprake van stabilisatie. De werkelijkheid is dat ook onze sector kampt met een tekort aan instroom zowel aan de kant van de arbeidsmarkt als ook bij het onderwijs.
Ook onze sector kampt met een toenemend tekort aan goed opgeleide vakmensen. Machinisten voor de trawlers zijn gewoon niet te vinden. In de diverse sectoren begint het aantrekken van niet-Nederlandse en zelfs niet- EU werknemers steeds meer voet aan de grond te krijgen. Dat geldt voor de kotters, trawlers maar ook voor de groothandel en verwerkende industrie. Bij de introductie van de Arbocatalogus voor de verwerkende industrie is daarom bijvoorbeeld een uitgebreide instructie in het Pools opgesteld.
We zijn een relatief kleine sector met een totale werkgelegenheid van ca. 20 000 medewerkers. Geen groei in het totale aantal, maar een verschuiving van de aanvoersector (de vissers) naar de handel en verwerkende industrie kenmerkt de ontwikkeling in de keten. De forse groei van geïmporteerde vis is daar niet vreemd aan.
Onderwijs
Onderwijs is binnen ons productschap altijd een belangrijk onderwerp geweest, van wezenlijk belang voor werknemers en werkgevers. Structureel worden de visserijscholen door de Onderwijscommissie van het Productschap door de jaren heen begeleid. Als voorbeeld:
- De ontwikkeling van lesmateriaal en promotiemateriaal voor de visserijscholen
- Het initiëren bij de vernieuwing van het onderwijs richting competentiegericht onderwijs
- De ontwikkeling van veiligheidscursus voor opvarenden
- De cursus “Vissen met toekomst”, waarin het accent op duurzaamheid ligt.
Momenteel is een meerjarig project gaande waarbij het lesmateriaal met medewerking van alle visserijscholen wordt geactualiseerd.
Voor de Handel en Verwerkende industrie en voor de visdetailhandel is samenwerking gezocht met SVO, een landelijk dekkend opleidingsinstituut dat zich bezig houdt met VERS-opleidingen. In nauwe samenwerking met het Productschap neemt het aantal opleidingen en deelnemers voor zowel de verwerkende industrie als voor de detailhandel snel toe.
Recent is na het afsluiten van de CAO voor de visdetailhandel, door het Productschap in samenwerking met SVO, een nieuwe cursus voor beginnende medewerkers ontwikkeld. Na het met goed gevolg afronden van deze cursus zijn de kandidaten niet alleen beter inzetbaar maar zij krijgen ook automatisch een loonsverhoging van 3 %. Een voorbeeld van goed overleg tussen werkgevers en werknemers waarbij duidelijk sprake is van een win-win situatie voor alle betrokkenen.
Voor de komende periode wordt ingezet op het implementeren van EVC’s, Eerders Verworven Competenties, voor zowel de aanvoersector, als voor de verwerkende industrie en de detailhandel. De ontwikkeling van de EVC procedures is bijna afgerond. Het implementatie traject dient nog verder geconcretiseerd te worden, waarbij aanvullende middelen onontbeerlijk zijn.
Begeleiding van het bedrijfsleven op het gebied van scholingsplannen zowel intern als extern zou een belangrijke stimulans zijn om het niveau en daarmee de inzetbaarheid van medewerkers naar een hoger niveau te tillen. Een scholingsconsulent zou daarbij en centrale rol kunnen vervullen. Echter gezien de omvang van de vissector en de grote verschillen tussen de verschillende deelsectoren lijkt dat voor de vissector een brug te ver. In samenwerking met de andere schappen ligt er wel een kans.
Arbeidsmarkt
Met het “Boeien en binden ” of vasthouden van mensen zijn als Productschap al diverse stappen gezet. Naast onderwijs zijn arbeidsomstandigheden een belangrijk aandachtspunt.
De voornaamste stappen liggen op het gebied van het ondersteunen van de bedrijven door het ontwikkelen van de zogenaamde Rie’s of Risico Inventarisatie en Evaluatie systemen. Een door de overheid voorgeschreven systematiek om de arbeids- en veiligheids risico’s op de werkvloer in kaart te brengen. Door het aanpakken van de knelpunten die uit de Rie voortvloeien worden de veiligheid en het welzijn van de medewerkers bevorderd. Die Rie voor de visdetailhandel was de eerste Rie in digitale vorm die in Nederland is gepresenteerd.
Ook stond het Productschap vooraan toen bij de laatste wijziging van de Arbowet, de zogenaamde Arbocatalogi het levenslicht zagen. Met een arbocatalogus voor de visdetailhandel een catalogus voor de verwerkende industrie en een catalogus voor de Groothandel en vis ondersteunen we de sector heel concreet. De arbocatalogi zijn ook digitaal toegankelijk.
Een en ander betekent zeker niet dat nu achterover gehangen kan worden. Op het gebied van arbeidsomstandigheden is nog veel te winnen. Het als branche beschikken over de nodige instrumenten of hulpmiddelen betekent nog niet dat ze ook toegepast worden. De bedrijven in de sector begeleiden bij het daadwerkelijk inzetten van de Rie en de arbocatalogi zal nog de nodige inspanning vragen. Daar liggen kansen voor een gezamenlijke aanpak!
Verder is de vissector een sector waar op veel plaatsen nog fysiek zware arbeid wordt verricht. Onderzoek naar verbetering blijft actueel. Ook in dit opzicht kan het gezamenlijk optrekken met de andere productschappen kansen bieden.
Nieuwjaarsbijeenkomst 2012
Genomineerden voor de Verantwoorde Vis Prijs 2012, Foto: Evert-Jan Daniels
Bekijk alle foto's
