Viskweek

De kweekvissector in Nederland bestaat uit palingkwekerijen, meervalkwekerijen, een klein aantal forelkwekerijen en slechts twee zeeviskwekerijen. Ongeveer de helft van de viskweekbedrijven is aangesloten bij de belangenvereniging: de Nederlandse Vereniging van Viskwekers (NEVEVI).

Nederlandse viskwekerijen maken gebruik van recirculatiesystemen. In een recirculatiesysteem wordt het water constant gefilterd en gezuiverd waardoor het water vrijwel geheel opnieuw wordt gebruikt. Door verbeterde technieken zijn de ammoniak- en de nitraatproblematiek volledig opgelost. Naast de aandacht voor het milieu, wordt veel aandacht geschonken aan het welzijn van de vissen.

Aangezien de viskweeksector een relatieve nieuwkomer is, is het beleid voor deze sector nog nauwelijks ontwikkeld. Een eerste aanzet is gemaakt met de Beleidsverkenning Aquacultuur. Het Productschap Vis heeft een eigen beleidsnota Viskweek gepubliceerd.

De Nederlandse viskweeksector heeft in 2005 de Gedragscode voor viskwekers in Nederland ingesteld.

Dit is een gedragscode voor alle viskwekers in Nederland. De code maakt geen onderscheid in soort, type of grootte van kwekerijen en is bedoeld voor iedereen die zich bezighoudt met kweken van vis bestemd voor consumptie. 

Palingkweek

In Nederland is de kweek van Europese paling (Lat.: Anguilla anguilla) in gesloten recirculatiesystemen de meest voorkomende vorm van aquacultuur op het vaste land. Nederland is toonaangevend in deze vorm van aquacultuur. Het water wordt in deze systemen biologisch gefilterd en mede hierdoor is het waterverbuik zeer laag.

In tegenstelling tot andere vissoorten waarbij men de voortplanting gecontroleerd kan laten plaatsvinden is de palingkweek afhankelijk van in het wild gevangen glasaal. In mei 2011 is er een standaard (Sustainable Eel Standard) beschikbaar waarmee glasaalvisserij met veel hogere overlevingspercentages dan tot nu toe gebruikelijk plaats kan vinden. Verder is door de nieuwe standaard een minimalisering van bijvangst mogelijk geworden.

De wetenschap werkt hard aan het ontrafelen van het mysterie van de voortplanting van paling. Wetenschappers van de Leidse Universiteit zijn inmiddels erin geslaagd om paling in gevangeschap voort te planten, echter het in leven houden van de larven is nog niet op grote schaal gelukt.

De palingkweeksector levert via de Stichting Duurzame Palingsector Nederland (DUPAN) een bijdrage aan het Nederlandse Aalherstelplan door het uitzetten van glas-, en pootaal. Deze projecten worden in samenwerking met het Productschap Vis en het Ministerie van E, L & I uitgevoerd. Het geld dat hiervoor beschikbaar is komt voor een deel uit Europese subsidieverlening. Verder doet St. DUPAN wetenschappelijk onderzoek naar het leven van de paling hiermee kunnen nog betere maatregelen tot bescherming van de soort worden genomen. 

Meervalkweek

In Nederland wordt vanaf begin jaren 80 de Afrikaanse meerval (Clarias gariepinus) gekweekt. Deze vis is uitermate geschikt als kweekvis omdat de meerval relatief weinig water nodig heeft waardoor een hoge visdichtheid mogelijk is. Ook behoeft geen zuurstof aan het water te worden toegevoegd, zoals dat wel bij palingkweek het geval is. Meervalkweek kan op zeer kleine schaal gebeuren vandaar dat enkele varkens- of pluimveehouders hebben gekozen voor het opzetten van een meervalkwekerij als nevenactiviteit. Een aantal voorzieningen was vaak al aanwezig zoals een overdekte ruimte, goede grondwatervoorziening en mestputten.

Met de Staatscourant nr 11988 van 29 juli 2010, heeft de Minister van VWS de Warenwetregeling handelsbenamingen Vis aangevuld en gewijzigd, ingaande per 1 oktober 2010. Eén van de wijzigingen betreft categorie 11 van de zoetwatervissen. Daar is de soort  met het nummer 11.23 van de Clarias gariepinus ofwel de Afrikaanse meerval als volgt onderverdeeld: nummer 11.23.1 is de Clarias gariepinus en nummer 11.23.2 is de Heterobranchus longifilis ofwel de Claressa meerval.
Onderstaand treft u het stukje handelsbenamingen register zoals dat er voor de verschillende meervallen er nu uitziet.

 11.21.

Siluris glanis

Europese meerval

 11.22.

Ictalurus spp.

Dwergmeerval

 11.23. 1

Clarias gariepinus

Afrikaanse meerval

 11.23.2

Heterobranchus longifilis

Claressa meerval.

 11.24.

Pangasius spp.

Pangasius meerval

 11.25.1.

Arius spp.

Zeemeerval

 11.25.2.

Bagre bagre

Barbaman

 11.26.1.

Hoplosternum thoracatum

Kwie kwie, Pantsermeerval

 11.26.2.

Hoplosternum littorale

Kwie kwie, Pantsermeerval


Volledige handelsbenamingen register met aanwijzingen en uitleg over het gebruik daarvan treft u onder detailhandel.

Forelkweek

De forel (Oncorhunchus mykiss) is van de overige soorten kweekvis de belangrijkste. De traditionele forellenkweek vindt plaats in doorstroomsystemen, waarbij rivierwater door de kweekbassins wordt geleid. Een andere mogelijkheid voor de kweek van forellen is die in (ontgronding-) putten. De mogelijkheden voor de kweek van forellen zijn in Nederland echter beperkt door een gebrek aan grote hoeveelheden stromend water van goede kwaliteit. Bovendien wordt de kweek bemoeilijkt door het grote verschil in zomer- en wintertemperatuur. De hoeveelheid gekweekte forel is al geruime tijd vrij stabiel.

Tilapiakweek

Een vissoort waar veel interesse voor bestond als kweekvis was de tilapia (Oreochromis - verschillende soorten). Aanvankelijk verloopt de kweek succesvol doch door de financiële crisis en de grote hoeveelheden goedkope ingevroren visproducten hebben ertoe geleid dat de tilapiaproductie zowel in Nederland als in België niet langer concurrerend kon leveren.

Zeeviskweek

De teelt van zeevis is nog nauwelijks van de grond gekomen. Op beperkte schaal wordt zeevis gekweekt zoals tarbot (Scophthalmus maximus), zeebaars (Dicentrarchus labrax) en zeebrasem (Pagellus bogaraveo). Het Nederlandse klimaat is niet bijzonder gunstig voor zeevisteelt omdat de gemiddelde watertemperatuur van het kustwater slechts 4 maanden per jaar optimaal is voor kweekdoeleinden. Het kweken van zeevis is wel mogelijk in recirculatiesystemen.

Dierenwelzijn

Er is nog weinig wetenschappelijk bekend over het gedrag van vissen. Uitgangspunt in de viskwekerij is dat de vis zo min mogelijk stress moet ondervinden bij de diverse handelingen binnen de kwekerij. Accenten liggen op het gebied van het levend transporteren van vissen, de dichtheden in de kweekinstallaties, het gebruik van diergeneesmiddelen en het 'diervriendelijk' doden van vissen.

In Nederland is al een groot aantal diergeneesmiddelen geregistreerd voor gebruik bij diverse diersoorten, behalve voor vissen. Registratie vindt plaats per diersoort. Per diersoort afzonderlijk worden de zogenaamde Maximum Residue Levels (MRLs) vastgesteld. Een werkgroep van deskundigen op het gebied van diergeneesmiddelen heeft een lijst van diergeneesmiddelen voor vissen opgesteld, welke past binnen de nieuwe Europese regelgeving ten aanzien van geneesmiddelengebruik. Het geneesmiddelengebruik in de Nederlandse viskwekerijen is al zover teruggedrongen, dat in een groot aantal bedrijven, met name meervalkwekerijen, geen geneesmiddelen meer worden gebruikt. Op grond van de Warenwet worden door bevoegde keuringsdiensten regelmatig steekproeven genomen en wordt de vis die voor consumptie wordt afgeleverd onderzocht op residuen van diergeneesmiddelen.

Zie ook de Standpunten Productschap Vis over het welzijn van kweekvissen en de Standpunten Productschap Vis over diergeneesmiddelen.

 

 

Print pagina

Agenda vissector

     
 

PVis is beperkt bereikbaar

Wij zijn telefonisch beperkt bereikbaar op werkdagen tussen 09:00 uur en 16:00 uur op de volgende telefoonnummers:

  • Afdeling Financiële Zaken 079 3030654
  • Afdeling Heffingen en Uitvoering Regelingen 079 3030655

Het postadres is:

Vereffeningsorganisatie PBO
Productschap Vis
Postbus 7377
2701 JA  Zoetermeer

Tervisielegging en verkrijgbaarstelling begroting 2014 PVis

De openbare bestuursvergadering van het Productschap Vis vindt plaats op 28 november 2014. De gewijzigde begroting 2014  treft u hier aan. De stukken zijn tevens in te zien op de Treubstraat 17 te Rijswijk en kosteloos verkrijgbaar.