Schelpdierenteelt
Met de toenemende interesse van de consument voor vis en ander voedsel uit zee stijgt ook de binnenlandse consumptie van scheldieren. Toch wordt het grootste deel van de Nederlandse schelpdierproduktie in het buitenland afgezet. Belgie telt traditioneel de meeste consumenten van de Zeeuwse mossel, de oester wordt in Belgie, Frankrijk en Italie afgezet, en de kokkel wordt vooral in Spanje geconsumeerd. Ook mesheften en strandschelpen gaan vooral naar het buitenland. De Nederlandse vraag naar schelpdieren stijgt tegenwoordig met ca 10 % per jaar.
Schelpdieren behoren tot de weekdieren, zoals slakken, kreeftachtigen en inktvissen. De meeste schelpdiersoorten behoren tot de tweekleppigen. Zij verzamelen hun voedsel door het water te filtreren en voedseldeeltjes met hun kieuwen uit het water te zeven. De belangrijkste voedselbron bestaat uit microscopisch kleine eencellige plantjes die in het zweven (fytoplankton).
Het kweken van schelpdieren is in Nederland een traditie van honderden jaren. Over de bodemcultuur van oesters nabij Zierikzee wordt in geschriften uit de 18e vermeld dat er meer toezicht nodig. Vanaf 1825 is er een bestuur dat de oesterteelt reguleert, en in 1870 worden voor het eerst mosselpercelen uitgegeven. De schelpdierteelt is dus van oudsher bekend in Nederland.
De schelpdieren worden gekweekt op onderwaterakkers, de kweekpercelen, in Waddenzee, Oosterschelde en Grevelingenmeer. De grondstof, het zaad of broed, wordt opgevist van natuurlijk onstane banken en overgebracht naar de percelen voor verdere groei. De schelpdieren leven van het voedsel in het water. Het is dus een cultuur die nauw aansluit bij de natuur. Dit houdt ook in dat de sector afhankelijk is van de natuurlijke omstandigheden, Er wordt de laatste jaren veel aan gedaan om de nadelen van deze afhankelijkheid te verminderen.
Laatste nieuws
Lees meer nieuwsAgenda vissector
-
17 mei 2013 Den Haag
-
03 jun 2013 Mexico en Costa Rica
-
05 jun 2013
-
24 jun 2013 Katwijk
-
18 jul 2013 Bruinisse





