Kustvisserij

In de Visserijwet is de visserij die plaats vindt in de kustwateren aangewezen als kustvisserij. De kustwateren worden gevormd door:

  • het Nederlandse deel van het Eems-Dollard estuarium
  • de Waddenzee
  • het Brouwershavense Gat
  • het Zeegat van Goeree
  • de Oosterschelde
  • de Westerschelde

Daarnaast vallen ook de Voordelta en het Grevelingenmeer (als binnenwater) onder het nationale beleid inzake de kustvisserij. De overige wateren in de 12-mijlszone (de zone tot ongeveer 21 kilometer uit de kust) worden in de Nederlandse regelgeving aangeduid als visserijzone. Er bestaat een specifieke regelgeving voor de 12-mijlszone. Zo mogen alleen schepen met een motorvermogen van minder dan 300 pk in de 12-mijlszone vissen. Hier verstaan we onder kustvisserij alle visserij die in de visserijzone plaatsvindt. 

Alle Nederlandse kustwateren zijn van groot belang als paaigebied en/of kinderkamer van voor de visserij belangrijke soorten in de Noordzee. De kustwateren zijn tevens van belang als een voedselbron voor volwassen vis en garnalen en voor het transport van eieren en larven. Ook vormen de kustwateren belangrijke visgronden voor schaal- en schelpdieren. De visserij heeft er groot belang bij de mariene ecosystemen in de 12-mijlszone in balans te houden. Naast het ecologisch belang van de 12-mijlszone voor de visserijsector, vervult dit gebied een belangrijke rol als visgrond voor de visserij op, onder andere, schelp- en schaaldieren en Europees gequoteerde vissoorten, zoals tong en schol. 

Binnen de kustvisserij kunnen twee hoofdactiviteiten onderscheiden worden:

  1. de gemene weide visserij 
  2. de perceelsgebonden visserij

Onder de gemene weide visserij vallen de visserij door eurokotters, de garnalenvisserij, de visserij met vaste vistuigen en de schelpdiervisserij op kokkels, spisula en mesheften. Mossel- en oestercultuur (schelpdiervisserij) zijn waarschijnlijk de meest bekende vormen van perceelsgebonden visserij in de kustwateren. 

Kustvisserij met vaste vistuigen

Een klein deel van de visserij vindt met vaste vistuigen plaats. Te denken valt aan de visserij op paling met fuiken, de visserij op kreeft met korven en de visserij op tong met staand want. Deze kleinschalige vormen van visserij vindt men vooral in de Voordelta, Oosterschelde en Waddenzee. Vanwege de hoge brandstofkosten is er vanuit de eurokottervloot een toenemende belangstelling voor tongvisserij met staande netten in de 12-mijlszone. De meeste vaste vistuigen visserij wordt over het algemeen uitgeoefend als onderdeel van een gemengde bedrijfsvoering, waarbij seizoensmatig verschillende vaste vistuigen worden ingezet en soms ook wordt afgewisseld met gesleepte tuigen (garnalen, boomkor).