Kader Richtlijn Water

Ambitieniveau Kader Richtlijn Water

De Kaderrichtlijn water (KRW) moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen.

Voor de Waddenzee is de KRW in feite een ondersteunende richtlijn, waarmee met het bereiken van een goede chemische en ecologische kwaliteit van het water de juiste randvoorwaarden worden geschept voor andere beleidsdoelen ten aanzien van bijvoorbeeld natuur, zoals onder meer neergelegd in N2000. Wanneer het hierboven genoemde ambitieniveau ‘vertaald’ moet worden naar een KRW-ambitieniveau, betekent dit dus in feite dat de chemische en ecologische kwaliteit van het water zodanig moet zijn dat het het geformuleerde ambitieniveau gehaald moet kunnen worden.

Bepaling van de benodigde veranderingen voor het bereiken van het ambitieniveau

Voor wat betreft het eerste punt (a) van het algemene ambitieniveau betekent dit dat de chemische en ecologische kwaliteit van het water goed genoeg/niet de belemmerende factor moet zijn voor het ontstaan van het gehele scala aan habitattypen. Het zou concreter gemaakt kunnen worden door de koppeling aan de N2000-instandhoudingsdoelstellingen met een verdere kwantificering naar aantallen broedparen of aantallen hectares habitat. Echter, de expertise ontbreekt om dit te vertalen naar bv. concentraties stikstof of fosfaat (als onderdeel van de chemische opgave van de KRW). Daarnaast kent alleen NL een dergelijke kwantificering van de N2000-doelstellingen. Deze weg lijkt theoretisch gezien dus wellicht de juiste, maar praktisch gezien waarschijnlijk onuitvoerbaar. Een koppeling naar afgeleide, secundaire voorwaarden als inrichting en hydrodynamiek zijn wellicht eenvoudiger. Deze kwantificeringsslagen zijn gecompliceerd, dus een uitspraak over de máte waarin maatregelen getroffen worden zal lastig zijn.

De punten b en c van het algemene ambitieniveau met betrekking tot samenhang en landschapsschaal, bieden wellicht betere aanknopingspunten, voor een trilaterale insteek. Het Waddenecosysteem kent een samenhang die over de grenzen van de stroomgebieden heen reikt. Voor een zo natuurlijk en duurzaam mogelijk functioneren van het systeem met zijn processen, functies en relaties is een bepaald minimum aan tijd en ruimte vereist. Vanuit een dergelijk systeembenadering is grootschalige herstel/verbeteringen (op trilateraal niveau) soms gewenst om aan de KRW-doelen te kunnen voldoen.

Voorliggende maatregelen

NEDERLAND
In de beslisnota KRW/WB21 ‘Schoon en gezond water’ (concept maart ’08) staan de hoofdlijnen van de KRW-maatregelen, die de basis vormen voor de alle waterplannen op Rijks-, provinciaal-, waterschaps- en gemeentelijk niveau, die op hun beurt weer de basis vormen voor de stroomgebiedbeheerplannen Rijn en Eems. Deze voorgestelde KRW-maatregelen berusten op de volgende pijlers:

  • herstel van de dynamiek voor zover dit bijdraagt aan de KRW-doelen, zoals herstel zoetzoutovergangen vaste land en dynamisch duinbeheer op de eilanden indien daar draagvlak voor is;
  • herstel van habitats, zoals het verbeteren van de kwaliteit van het kwelderareaal van de vastelandskust en het herstelprogramma ‘’biobouwers’’ ten behoeve van de ontwikkeling van zeegras en mosselbanken (voor zover dit past binnen de doelstellingen van de PKB-Waddenzee);
  • herstel van niet natuurlijke gebieden, zoals kustverdediging op Rottum en de afvalberg van Brunnermond;
  • verbeteren van de vispasseerbaarheid;
  • helder water maatregelen, met name beperken van vertroebeling door bodemberoering;
  • verminderen van milieubelasting door schepen (tributyltin, afval, vuilwater);
    kans op calamiteiten verkleinen en gevolgen zoveel mogelijk beperken;
    gedragsverandering en educatie.

Rijkswaterstaat heeft reeds een maatregelenpakket voor de Kaderrichtlijn Water tot 2015 (op basis van bovenstaande Pijlers) ingebracht.

De maatregelenpakketten van de waterschappen bestaan voornamelijk uit maatregelen gericht op verbetering van het binnenwater (welke indirect uiteindelijk ook effect zal hebben op het buitenwater), zoals het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, waterzuivering, beekherstel en het wegnemen van prioritaire knelpunten in de vismigratiemogelijkheden.

Beoordeling Nederlandse maatregelen

Aan het bereiken van de WSP-doelen ten aanzien van natuurlijke morfologie en dynamiek, ontwikkeling van riffen, zeegras en mosselbanken, complete natuurlijke successiereeksen, bescherming van de waardevolle delen van de estuaria wordt met de voorgestelde maatregelen (zie uitgebreide RWS-pakket) gewerkt. De vraag is of de maatregelen in voldoende mate worden getroffen. De exacte uitvoering (locatie, omvang etc.) van de maatregelen is vaak nog afhankelijk van onderzoek dat bezig is of nog gestart moet worden.
De maatregelen om de Waddenzee tot een ‘eutrofiërings-niet-probleemgebied’ te maken lijken ondervertegenwoordigd. Enkel waterzuivering door de Waterschappen wordt genoemd.
Voor de voorgestelde Nederlandse maatregelenpakketten geldt dat ze veelal uit kleinschalige afzonderlijke herstelprojecten bestaan, zonder duidelijke aanpak aan de basis van het ecosysteem (bv. nutriënten, doorzicht). Hiermee komen de punten uit de voorgestelde ambitie aangaande herstel van samenhang en aanpak op landschapsschaal onder druk te staan.

 

Print pagina

Brief aan Inspraakpunt d.d. 18 juni 2009